Thetis Consoling Achilles by Giovanni Battista Tiepolo,
1757
Thetis vertelt:
“Zijn geschreeuw was zelfs op de bodem van de zee te horen. Ik hoorde aan zijn stem dat er iets heel ergs gebeurd moest zijn. Ik was vreselijk ongerust. Snel ging ik naar hem toe.
Ik vroeg hem waarom hij zo’n groot verdriet had.
Hij vertelde me over de dood van zijn vriend Patraklos. Hij wenste dat hij nooit geboren was en hechtte geen enkel belang meer aan zijn leven.
Dit was heel erg om te horen. Het doet pijn als je je kind zoiets hoort zeggen.
Zijn woede op Agamemnon had nu plaats gemaakt voor een woede op Hektor; een woede die veel heviger was. Vol razernij zei hij:
< Nu ga ik af op de man die man die dat dierbare hoofd heeft verslagen,
Hektor. Mijn eigen noodlot zal ik aanvaarden, wanneer dat
Zeus in vervulling doet gaan en de andere onsterfelijke goden.
Houd me dus niet van strijd af, moeder. Uw woord zal vergeefs zijn. >
Maar dat deed ik wel. Hij kon immers niet ten strijde trekken zonder wapens.
Ik zou morgenochtend terugkomen. Dan zou ik hem een nieuwe wapenuitrusting geven. Tot die tijd mocht hij absoluut niet deel nemen aan geen enkel gevecht.
Dit gezegd hebbende verliet ik hem en ging ik naar de Olympos, op zoek naar Hephaistos, om hem te vragen een nieuwe wapenuitrusting te maken.”

Geen opmerkingen:
Een reactie posten