KUNST, CULTUUR EN MYTHOLOGIE

KUNST, CULTUUR, MYTHOLOGIE
OMLIJST DOOR MUZIEK

donderdag 14 februari 2013

DE SMAAK VAN AS



Allen die ontkomen waren aan de vlammen van de brandende stad waren de bergen in gevlucht. We hadden ons toevlucht gezocht in een oude tempel gewijd aan de godin Demeter. Om mij heen mensen die, net als ik, wanhopig op zoek waren naar hun dierbaren. Ook ik klampte iedereen aan en vroeg ze of ze misschien Kreousa hadden gezien.
Niemand had haar echter gezien.
Doodmoe ging ik zitten bij mijn vader en mijn zoon die inmiddels met zijn duim in zijn mond lag te slapen.
In de verte nam de gloed van de vlammende stad langzaam af naarmate het daglicht toenam. Nog steeds waren er dikke rookwolken te zien.
Ik besloot niet langer te wachten en op zoek te gaan naar mijn vrouw tussen de resten van de smeulende gebouwen. Op mijn hoede voor mogelijk aanwezige Achaeërs sloop ik de stad binnen. De geur van verbranding prikkelde mijn neus. Overal om mij heen verwoeste en geplunderde huizen. Ik waagde het haar naam te roepen: “Kreousaaaaaaaaaa’. Maar nergens was zij te bekennen. Als bezeten ging ik door de straten en stormde ik huizen binnen. Alles vernietigd, alles verlaten.
Uit wanhoop bonkte ik met mijn hoofd tegen een verkoolde deurpost. Toen zag ik haar. Ze stond ineens voor me en vroeg me waarom ik zo verdrietig was. Ze zei me, dat ik niet om haar moest treuren. Ze droeg me op het Palladion mee te nemen en daarmee ver weg naar het Hesperische land af te reizen om daar een toekomst op te bouwen met onze zoon.
Ze was zo mooi zoals ze daar voor me stond. Ik verlangde er zo ontzettend naar haar in mijn armen te nemen, maar driemaal greep ik slechts lucht beet.
Het was haar schim die mij toe had gesproken. Ik liet mijn hoofd zakken en daar zag ik wat eens haar lichaam was liggen op de grond met het Palladion tegen zich aan gekneld. Ik nam het beeldje uit haar armen en drukte nog een laatste keer ten afscheid mijn lippen op haar mond.
Ik zal doen wat ze me heeft opgedragen. Het gaat om onze zoon, onze toekomst, ons nageslacht.
Zwijgend liep ik terug naar de rest van de ontkomen Trojanen bij de oude tempel.
In mijn mond de smaak van as.  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten