“Vol spanning zaten we te wachten op het sein van Sinon. Hij zou wachten totdat iedereen in slaap gevallen was en dan meteen vuursignalen geven naar de vloot, die ondertussen de kust al genaderd was.
Wanneer Agamemnon dat had gezien, zou die meteen een vuursignaal geven en de schepen laten aanmeren. Pas daarna zou Sinon het afgesproken klopsignaal geven op het paard, ten teken dat alles in orde was. De spanning binnen in het paard was ondraaglijk. De stank jammergenoeg ook. Epeios had diverse keren uit angst zitten schijten.
Neoptolemos kende geen angst. Die jongen stond te popelen om het paard te verlaten. Diverse malen had hij gevraagd of het al tijd was om eruit te gaan en evenzoveel malen hadden we hem maar met moeite in bedwang kunnen houden.
Maar eindelijk was daar het verlossende klopsignaal. We konden eruit.
Epeios opende het luik en liet de touwladder zakken.
Echion* kon daar zeker niet op wachten; hij sprong als eerste het paard uit met als gevolg dat hij zijn nek brak. De rest ging wel via de touwladder.
Een deel van ons sloop naar de enkele wachters die er nog waren om hen vrijwel geruisloos te doden. Een ander deel vertrok naar de stadspoorten om die te openen voor de reeds gearriveerde Achaeërs.
Vannacht is het ons feestje in Troje.”
*Echion (Ancient Greek: Ἐχίων (gen.: Ἐχίονος) "zoon van de adder", cf. ἔχις echis "adder")

Geen opmerkingen:
Een reactie posten