Priamos
vertelt:
“Het is groot
feest in de stad. Na tien jaar belegering zijn we eindelijk
vrij.
Iedereen is vrolijk. Midden op het grote stadsplein staat het houten paard. Overal zijn de mensen aan het dansen. Voor deze gelegenheid drinken wij onze beste wijn.
Het is een dolle boel. Zojuist stond de man Ammolophou nog een leuk liedje te zingen. Het ging ongeveer zo: ‘Er staat een paard in de gang, jaja, een paard in de gang.’ Echt heel leuk.
Nu staan er drie leuke vrouwen te zingen. Ze noemen zichzelf Ful. En die zingen ook al over een Trojaans paard.
Het feest zal zo de hele dag doorgaan, tot het nacht wordt. Dan zullen we allemaal wel moe zijn.
Eindelijk kunnen we vannacht weer rustig slapen nu het gevaar geweken is.”
Iedereen is vrolijk. Midden op het grote stadsplein staat het houten paard. Overal zijn de mensen aan het dansen. Voor deze gelegenheid drinken wij onze beste wijn.
Het is een dolle boel. Zojuist stond de man Ammolophou nog een leuk liedje te zingen. Het ging ongeveer zo: ‘Er staat een paard in de gang, jaja, een paard in de gang.’ Echt heel leuk.
Nu staan er drie leuke vrouwen te zingen. Ze noemen zichzelf Ful. En die zingen ook al over een Trojaans paard.
Het feest zal zo de hele dag doorgaan, tot het nacht wordt. Dan zullen we allemaal wel moe zijn.
Eindelijk kunnen we vannacht weer rustig slapen nu het gevaar geweken is.”
αμμόλοφος (ammolophos) = duin
φιλοσ/φιλη (filos/filè) = geliefd
Geen opmerkingen:
Een reactie posten