Gustave Moreau. Helen on the Walls of Troy, 1895. Louvre,
Paris
Helena
vertelt:
“Ik vind het
moeilijk om er over te praten. Ik heb even de tijd nodig om de juiste woorden te
vinden. Liefde, verliefdheid, het blijven moeilijke onderwerpen. Het is ook niet
logisch te verklaren. Het zijn emoties. Je voelt het, óf je voelt het niet. En
soms is een gevoel zo sterk, daar kun je je niet tegen verzetten.
Gelijk
vanaf het eerste moment dat ik Paris zag, wist ik dat ik liefde voor hem voelde.
Niet de liefde die ik kende, een ander soort liefde. Tot dat moment had ik alleen de gevoelens van liefde gekend voor mijn ouders, broers en zus, mijn kinderen en mijn man Menelaos. Mijn gevoelens voor Paris waren heel anders, intenser.
Passie, jazeker, tomeloze passie. En lust. Natuurlijk ook lust. Maar veel meer dan dat nog. Hét geschenk van Aphrodite.
Godengeschenken mag je niet negeren, die moet je accepteren. Ik kón niet weigeren; ik wílde niet weigeren.
Ja, ik wilde Paris.
Niet de liefde die ik kende, een ander soort liefde. Tot dat moment had ik alleen de gevoelens van liefde gekend voor mijn ouders, broers en zus, mijn kinderen en mijn man Menelaos. Mijn gevoelens voor Paris waren heel anders, intenser.
Passie, jazeker, tomeloze passie. En lust. Natuurlijk ook lust. Maar veel meer dan dat nog. Hét geschenk van Aphrodite.
Godengeschenken mag je niet negeren, die moet je accepteren. Ik kón niet weigeren; ik wílde niet weigeren.
Ja, ik wilde Paris.
De gedachte Paris nooit meer te zullen
zien vervulde me met angst. Als hij teruggekeerd zou zijn naar Troje, zou ik hem
nooit meer zien. Ik kon niet zonder hem, dat wist ik. Ik moest gewoon mee. Echt,
ik moest mee. Waar hij ook heen zou gaan, ik zou meegaan. Ik heb alleen wat
persoonlijke spullen meegenomen.
Nee, ik heb het paleis van Menelaos
niet leeggeroofd, alleen wat persoonlijke dingetjes, meer niet.
Wie beweerde dat? Odysseus zeker. Die noemde mij ook al een golddigger. Het is een leugen dat ik met Paris ben meegegaan voor de rijkdom van Troje. En weer terug wilde naar Menelaos nadat Troje verarmd was.
Odysseus is een leugenaar, dat weet iedereen.
Wie beweerde dat? Odysseus zeker. Die noemde mij ook al een golddigger. Het is een leugen dat ik met Paris ben meegegaan voor de rijkdom van Troje. En weer terug wilde naar Menelaos nadat Troje verarmd was.
Odysseus is een leugenaar, dat weet iedereen.
Ja, ik voel nog wel liefde voor Menelaos. Het is een goede
man, een goede echtgenoot.
Nee, hij heeft niet de aantrekkingskracht op mij die Paris had. En de seks is ook niet echt verkeerd.
Nee, hij heeft niet de aantrekkingskracht op mij die Paris had. En de seks is ook niet echt verkeerd.
Verder wil ik niets
zeggen over de seks. Dat is privé. Dat wil ik graag zo houden. Je hebt toch ook
geen 18+ blog? Nou dan!
Als ik van tevoren had geweten dat er zo’n grote
oorlog zou ontstaan, dan had ik er toch voor gekozen met Paris mee te gaan. Ik
kon gewoon niet anders. Dat is mijn noodlot.
Ik heb wel eens gewenst dat ik nooit geboren was. Ik dacht dat dan die hele oorlog nooit begonnen zou zijn. En dan zou Paris nu nog leven.
Maar die oorlog had sowieso plaatsgevonden.
Priamos heeft me eens verteld, dat Agamemnon altijd al van plan was geweest Troje vroeg of laat in te nemen. Als ik niet met Paris was meegegaan, had die oorlog waarschijnlijk op een ander tijdstip plaatsgevonden.
In feite was ík dus niet de oorzaak van die oorlog.
Ik heb wel eens gewenst dat ik nooit geboren was. Ik dacht dat dan die hele oorlog nooit begonnen zou zijn. En dan zou Paris nu nog leven.
Maar die oorlog had sowieso plaatsgevonden.
Priamos heeft me eens verteld, dat Agamemnon altijd al van plan was geweest Troje vroeg of laat in te nemen. Als ik niet met Paris was meegegaan, had die oorlog waarschijnlijk op een ander tijdstip plaatsgevonden.
In feite was ík dus niet de oorzaak van die oorlog.
Ja, ik mis Paris nog iedere dag. Dat
verdriet draag ik binnen in mij. Ik kan er met niemand over praten. Menelaos wil
sowieso de naam ‘Paris’ nooit meer horen. Hij wil überhaupt niet meer over de
oorlog praten. Hij wil doen alsof er niets gebeurd is. Alsof er niets veranderd
is. En ik doe alsof ik dat spelletje meespeel. Ik laat niets merken van mijn
verdriet. Ik doe alsof ik sterk ben. Zo kan ik het volhouden.
Ik zal je
nog een goede raad geven:
HET IS BETER OOIT LIEF TE HEBBEN GEHAD EN HET
TE HEBBEN VERLOREN, DAN NOOIT LIEF TE HEBBEN
GEHAD.”
MELIUS EST AMAVISSE ET PERDISSE, QUAM NUNQUAM AMAVISSE.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten