Ajax
and Cassandra by Solomon Joseph Solomon, 1886.
Kleine Ajas vertelt:
“Ergens in een tempel zag
ik haar: Kleine Knotsgekke Kassandra. Ze had haar armen om een houten beeldje
geslagen. Een beeldje dat sprekend leek op het Palladion dat in ons bezit was.
Ze hadden dus het beeld vervangen door een namaaksel. Zielig hoor.
Zo gek
als een deur, maar mooi, oogverblindend mooi! Ik wilde haar, getikt of niet, dat
maakte me helemaal niets uit.
Ze wilde het beeldje niet loslaten. Ik heb
staan rukken en trekken aan haar, maar ze stortte zich boven op het beeld en ik
viel boven op haar. Toen heb ik haar maar met beeld en al meegenomen naar de
schepen.
Zodra Agamemnon Kassandra zag, eiste hij haar op als zijn
oorlogsbuit. Die klootzak probeerde gewoon weer een vrouw waar een ander op
gesteld was af te pakken. Natuurlijk ben ik flink tekeer gegaan tegen hem. Ik
had haar meegenomen, ze behoorde míj toe. Ik stond echt op het punt Agamemnon te
lijf te gaan.
Plotseling echter mengt Odysseus zich in onze twist. Hij
beweerde dat ik Kassandra op het altaar van Athena had verkracht en zo
heiligschennis had gepleegd. Daardoor had ik al mijn rechten op haar verspeeld.
Wat een vuile leugenaar is die Odysseus, want dat was helemaal niet waar.
Door die leugen werd ik door alle Achaeërs bespot en veracht.
En alsof
dat nog niet erg genoeg was, dreigden ze me ook nog te stenigen.
Het zat zo:
Athena had zich tegen ons gekeerd vanwege het wegsleuren van een priesteres,
Kassandra dus, van haar altaar. Tenminste, dat was wat Kalchas zei. En toen
stelde die vuile hond van een Odysseus dus voor om mij te stenigen om haar
gunstig te stemmen.
Wanhopig zocht ik mijn toevlucht op ons altaar van
Athena. Ik zwoer daar dat Odysseus zoals gewoonlijk weer loog. Trouwens,
Kassandra zelf beaamde wat ik zei. Ze ontkende een verkrachting. Daarmee ging ik
vrijuit.
Daarna heb ik Athena spijt betuigd over wat was gebeurd en beloofd
daar boete voor te doen.”


Geen opmerkingen:
Een reactie posten