KLYTAIMNESTRA, VROUW VAN AGAMEMNON VAN MYCENE
Klytaimnestra vertelt:
“Ruim tien jaar geleden,
in Aulis, had ik voor het laatst het monster dat mijn man was gezien. Ik had hem
vervloekt wegens het offeren van onze dochter Iphigeneia.
Ik had maar één
ding voor ogen: wraak. Die vuile rat, ik zou het hem betaald zetten.
Ik sloot
een bondgenootschap met zijn neef, Aigisthos, die toevallig ook een bloedhekel
aan Agamemnon had. Hij werd mijn minnaar. Telkens wanneer hij boven op me lag in
bed, dacht ik: ‘Je moest eens weten, Agamemnon, wat ik allemaal aan het doen
ben. Hoe jouw vrouw kronkelt van genot onder de handen van een andere
man.’
Toen kwam de dag waarop hij terugkeerde. De dag waar ik zo lang op
gewacht had.
In triomftocht trokken ze door de leeuwenpoort de stad in.
Hij plofte neer in een van de zetels en vroeg om wijn. Alsof hij zojuist een
ommetje had gemaakt.
Vanavond is het feest, lieve Agamemnon. Er worden op
dit moment voorbereidingen getroffen voor een groots feestmaal. Ik zal een bad
voor je klaar laten maken.
Jouw thuiskomst zal zijn als een warm bad,
hahahahahahaaaaaaaaaaaa.
Hoor ik daar één van die krijgsgevangen mokkels, ik
geloof dat ze Kassandra heet, niet roepen: “Bloedbad”? Dan zal zij de tweede
zijn.”

Geen opmerkingen:
Een reactie posten