Priamos
vertelt:
“Vroeg in de
ochtend werd ik gewekt door een aantal vreugdekreten. Snel ging ik vanaf de
Skaiische poort kijken wat er aan de hand was. De Achaeërs en al hun schepen
waren verdwenen. Hun kamp lag in as.
Dat moesten we van dichtbij gaan bekijken. In grote getale trokken we richting strand. Ongelofelijk, ze waren weg! Eindelijk na tien jaar hadden ze in de gaten gekregen dat Troje onneembaar was en de strijd opgegeven.
Slechts één ding hadden ze laten staan: een groot houten paard. Het bleek een wijgeschenk voor de godin Athena te zijn. Maar wat moesten we daarmee gaan doen? De meningen waren verdeeld. Sommigen pleitten voor meenemen naar de stad. Weer anderen vonden dat we het moesten verbranden; de godin Athena had tenslotte altijd de Achaeërs geholpen. Mijn dochter Kassandra gilde dat het vol zat met gewapende strijders. Maar, zoals gewoonlijk kraamde die weer onzin uit. Het ergste ging Laokoön, de priester van Apollo en tevens plaatsvervangend priester van Poseidon, tekeer. Hij wilde zelfs zijn speer naar het paard werpen.
“Ik vrees de Achaeërs, ook als ze geschenken brengen”, riep hij luid.
Er begon ruzie te ontstaan onder de aanwezigen.
Uiteindelijk zou ik een beslissing moeten nemen. Maar ik stond nog in dubio.
Wat moeten we met dat grote houten paard gaan doen?
Ik weet het nog niet.”
Dat moesten we van dichtbij gaan bekijken. In grote getale trokken we richting strand. Ongelofelijk, ze waren weg! Eindelijk na tien jaar hadden ze in de gaten gekregen dat Troje onneembaar was en de strijd opgegeven.
Slechts één ding hadden ze laten staan: een groot houten paard. Het bleek een wijgeschenk voor de godin Athena te zijn. Maar wat moesten we daarmee gaan doen? De meningen waren verdeeld. Sommigen pleitten voor meenemen naar de stad. Weer anderen vonden dat we het moesten verbranden; de godin Athena had tenslotte altijd de Achaeërs geholpen. Mijn dochter Kassandra gilde dat het vol zat met gewapende strijders. Maar, zoals gewoonlijk kraamde die weer onzin uit. Het ergste ging Laokoön, de priester van Apollo en tevens plaatsvervangend priester van Poseidon, tekeer. Hij wilde zelfs zijn speer naar het paard werpen.
“Ik vrees de Achaeërs, ook als ze geschenken brengen”, riep hij luid.
Er begon ruzie te ontstaan onder de aanwezigen.
Uiteindelijk zou ik een beslissing moeten nemen. Maar ik stond nog in dubio.
Wat moeten we met dat grote houten paard gaan doen?
Ik weet het nog niet.”

Geen opmerkingen:
Een reactie posten